Mobilis CrossFit in de media

‘Daar doen we nog even wat bij’, zegt hij. De halter met gewichten die voor je ligt voelt niet echt aan als een paar pakken suiker die je even boven je hoofd tilt. Dit neigt al naar olympisch gewichtheffen, en nu eist die veel te afgetrainde drilsergeant naast je nog meer.

‘Voor jou: 50 kilo.’

Het is nog vroeg. Het ontbijt is net ingedaald. Buiten regent het, zoals het alleen regent in nachtelijk Georgia in liedjes van Randy Crawford. En jij staat binnen in een ruimte van 8 bij 3, met andere matineuze sporters. Jij wil niet, maar je moet: 15 minuten word je afgebeuld. In minder dan 1.000 seconden naar de dood gedrild.
CrossFit heet het, en het is de nieuwe sporthype. Het begon – waar anders – in Amerika, in Santa Cruz, ergens aan het begin van deze eeuw in de garage van Greg Glassman, een voormalige turner en ex-gymnastiekleraar. Sportscholen zijn er overal, en van die zichzelf veel te serieus nemende instructeurs met ‘een nieuwe revolutionair’ concept ook, maar dit lijkt toch net even anders.

1) CrossFit is een één-op-één gevecht tegen de mensen die bij je in het hok staan en ook in 1.000 seconden naar de fysieke hel worden gejaagd. ‘Men will die for points’, zegt Dave Vonk, die instructeur die er dus veel te sportief uitziet. Hij is een van de twee oprichters van Mobilis CrossFit, een Nederlands CF-filiaal aan de Van Leijenberghlaan 10 in Amsterdam. Inmiddels zijn er al tien van deze afbeulscholen in het land geopend, en vandaag zijn wij aan de beurt voor een sessie.

2) CrossFit is een blitzkrieg voor het lijf. Kort, hevig en heilzaam. Waar we op andere sportscholen veel te lang met onze buurman staan te ginnegappen over het nieuws dat Henkie Bleker een veel te jonge merrie berijdt (die ook nog Rijlaarsdam heet) is er hier geen mogelijkheid tot puberaal gespijbel.

Gij zult pijn lijden. Dave Vonk: ‘Topsporters trainen hard en heftig. De sprookjes van de fitnessindustrie dat je vet verbrandt bij duurtraining en een lage intensiteit kloppen niet. Als je je op de juiste manier afbeult, dan is dit veel effectiever.’
Voor tijdarme zielen, zoals wij, en voor nieuwsjunks die snel afgeleid zijn, lijkt dit ideaal. Vonk: ‘Het mooie is dat je je binnen een paar weken echt beter voelt. Je spiermassa neemt toe. Je gaat echt rechterop lopen.’ Oké, genoeg, pr-praat. We gaan beginnen.
CrossFit kun je elke dag doen. Op de website is te lezen welk trainingsmenu er op de kaart staat. De dagelijkse sportvitaminen bestaat elke dag uit een aantal klassieke oefeningen (soms tot tien). ‘We verzinnen altijd een nieuw setje.’ In Vonks krachthonk blinken de spullen je masochistisch tegemoet. We zien rekstokken, we zien gewichtshalters, we zien kistjes waarop je moet springen, en we zien een spiegel waarop getallen staan geschreven met een afwasbare stift. Ai, dit is een competitie tegen jezelf. ‘En tegen de rest’, grinnikt Vonk.

Hij legt het model uit. In een kwartier sport je jezelf te pletter, maar dat doet de rest van het zaaltje ook. Het gevolg is dat je nog harder gaat beuken, omdat het meisje voor je (met iets minder tilgewicht trouwens), meer punten wil pakken dan jij. ‘Voor mensen die hier voor het eerst komen, zeg ik altijd: ‘Begin rustig’.’
Het is dat hij zo’n vriendelijk gezicht heeft, maar normaal gesproken zou je een gymleraar die dergelijke Louis van Gaal-opmerkingen maakt meteen willen neerhoeken. Maar ja, dat lukt je niet, omdat je niet fit bent. Goed, we staan klaar. We krijgen dus een kwartier om in een serietraining die 50 kilo’s op te tillen, ons op te drukken (‘Doe maar vanaf je knieën’) en op een kistje te springen.

Dit zijn de regels vandaag. Negen keer moet dat gewicht omhoog, twaalf keer moet je jezelf opduwen, en vijftien keer moet je op het bokje springen (‘Je mag de eerste keer ook stappen’).
In het zaaltje staat een klok. Op de grond liggen stiften. De dame voor je, die overigens Elize heet, pakt de viltstift en schroeft de dop eraf. Ze lacht je toe: ‘Ik zou de dop er alvast afdraaien, want dat lukt je straks niet meer.’ Pfffft.
Duizend tellen later lig je naast haar. Zij heeft gewonnen. Zeven keer een rondje, jij slechts zes. En Vonk heeft jou ook nog geholpen door je scores te turven op het bord. ‘Ik ga ervan uit dat je dit stukje vandaag niet hoeft te schrijven.’ (Inderdaad, vijf dagen later was de verzuring in de bovenarmen voorbij).

Download hier het artikel: Artikel De Pers